 |
Het epos van Hertogen van Bourgondië
Bourgondië, en de Côte-d’Or in het bijzonder, hebben veel te danken aan de daarop volgende anderhalve eeuw, waarin vier grote hertogen van het huis Valois elkaar opvolgen en Bourgondië tot ongekende welvaart en bekendheid weten te brengen. Nooit eerder was de provincie zo rijk en uitgestrekt. Het prestige van Bourgondië was uniek en veel groter dan dat van de Franse kroon, waar ze constant mee wedijverde.
Filips de Stoute, gehuwd met Margaretha van Vlaanderen, doet zijn plechtige intrede in Dijon op 17 november 1364. Hij laat de Tour de Bar optrekken (deze toren bestaat nog steeds) naast het hertogelijk paleis in Dijon, richt een rekenkamer op en geeft het Parlement in Beaune meer rechten.
Filips de Stoute wordt opgevolgd door zijn zoon Jan Zonder Vrees ; wiens korte ambtsperiode wordt gekenmerkt door een nog sterkere rivaliteit met de koninklijke macht.
Onder Filips de Goede van Bourgondië (1419-1467), zoon van Jan Zonder Vrees, bereikt het hertogdom zijn hoogtepunt. Filips koopt het graafschap Namen, verkrijgt Henegouwen, Holland en Zeeland en erft Luxemburg, Brabant en Limburg. In 1429 sticht hij de Orde van het Gulden Vlies, gestoeld op ridderlijke principes.
Maar de hertogen zetten hun zinnen op Lotharingen, de mankerende schakel tussen de noordelijke gewesten en Bourgondië. In 1475 lukt het Karel de Stoute, de vierde ‘Grote Hertog’, Lotharingen te veroveren, zeer tegen de zin van de Franse koning Lodewijk XI.
Tijdens het beleg van Nancy, twee jaar later, sneuvelt Karel de Stoute. Helaas is er geen mannelijke opvolger en zo valt het hertogdom weer toe aan de Franse koning. Daarmee komt een einde aan deze grootse familiesaga en aan een tijdperk, dat ontelbare rijke sporen heeft achtergelaten in de bouwkunst, de cultuur en de tradities van de Côte-d'Or…
Vanaf het midden van de 16e eeuw wordt Bourgondië definitief een provincie en is haar geschiedenis voortaan dezelfde als die van het Franse koninkrijk. |